DEN BRIL - ontstaanshistoriek

In de jaren '60-'70 kende het Liers dubbel mannenkwartet ‘Harbalorifa’ zowat het hoogtepunt uit zijn bestaan. In het oude rederijkerszaaltje boven café ‘D'Eyckenboom’ op de Lierse Grote Markt werd met veel succes aan cabaret en kleinkunst gedaan.

Tot in 1974 het pand werd aangekocht door een financiële instelling om er een bank van te maken.

Salut Jef! Salut Mathil! Dag rederijkers!

Zo'n vaart liep het nochtans niet, want het duurde nog tot september 1978 voor de deur achter de laatste bezoeker van de laatste kleinkunstavond definitief dichtviel.

In die vier jaar werd heel Lier op zijn kop gezet om een gelijkaardig zaaltje te vinden, maar zonder succes. Tenslotte bleek er maar één mogelijke oplossing te bestaan en die werd gevonden door de toenmalige schepen van cultuur, Jaak Theeuws. De oude gebouwen van het vroegere Sint-Jacobsgodshuis in Den Bril, waar MIVAS gedurende een tiental jaren onderkomen had gevonden voor een beschutte werkplaats, kwamen leeg en een nieuwe bestemming was er nog niet voor gevonden.

Het complex was echter veel te groot en daarom werd contact opgenomen met alle Lierse verenigingen die op zoek waren naar een geschikt lokaal, en met enkele mensen van goede wil, die wilden helpen.

Het Stadsbestuur huurde de gebouwen van het OCMW en stelde ze ter beschikking van de op 8 oktober 1978 opgerichte v.z.w. ‘Liers Ontmoetingscentrum’.

Rond de doopvont stonden volgende verenigingen: Toneellabo Arlecchino, Christen Middenstandsorkest en -Cabaret, Harbalorifa, Kokkerellenklub, Netezonen, Pallieterke, Schoolbond en Kruisbooggilde Sint-Gummarus.

De initiatiefnemers en stichtende leden waren: Hugo Broes, Jozef Cornelis, Luc D'Heu, Wilfried De Voeght, Jozef Goetschalckx, Jan Hendrickx, Albert Huysmans, Jozef Lemmens, Maurice Sels, Hugo Schroyens, Sylvain Thys, Paul Van de Peer, Erik Vinck en Herman Vingerhoets.

Dankzij de effectieve steun van het Lierse stadsbestuur konden de diverse verenigingen binnen de kortst mogelijke tijd starten met de uitbouw van de verschillende kamers en zaaltjes tot geschikte clublokalen.

Toneellabo Arlecchino kon echter niet wachten en besloot in de grote hangar, in de staat waarin die zich bevond, een stuk te spelen dat in de Lierse theaterannalen beroemd gebleven is: Abraham en Samuel. Na wat primitieve aanpassingswerken hebben ze in de daaropvolgende tien jaar in diezelfde hangar, waar ze ‘theater’ tegen zegden, met veel succes nog talrijke producties gebracht.

Het eerste lokaal dat onder de kundige leiding van Bert Huysmans werd afgewerkt, was de gildekamer van Sint-Gummarus. We schreven toen september 1980.

In datzelfde jaar kwamen er twee verenigingen bij: Jekino jeugdfilmclub en de Poppentovertrein. In 1981 nog drie: de filmclub Kalliopee, de hobbyclub En Toch en de modelspoorwegclub De Geit.

De financiële toestand was op dat ogenblik niet erg rooskleurig maar er waren mensen bereid om daar wat aan te doen. Ten voordele van Den Bril speelde de Schoolbond een revue, de Heren van Lier organiseerden een recital met Eddy Donckers aan de piano en de Persbond liet een muntstuk van 50 Liere slaan. Van toen af is de zon in Den Bril nooit meer onder gegaan.

Het dak werd volledig vernieuwd, de voorgevel is met eigen volk gerestaureerd met de nodige materialen en deskundig advies van de stad, de hangar op de binnenkoer werd afgebroken en het binnenplein werd als tuin in ere hersteld.

Het terrein van de vroegere Spaanse Kazerne naast Den Bril werd door de stad aangekocht en stilaan ontstond de hoop dat daar een polyvalente ruimte zou verrijzen, waartegen we dan zonder te lachen theater zouden kunnen tegen zeggen. Door het verdwijnen van de grote loods, bleef immers enkel het kleine ‘theatertje’ over om toneel te kunnen spelen en dit bleek voor vele producties echt wel te klein.

Ettelijk jaren gingen voorbij, waarin schitterend gewerkt werd en nieuwe verenigingen lid werden van Den Bril en andere afscheid namen; van een nieuwe ‘theaterzaal’ was echter vooralsnog geen sprake.

Stilaan slaagde het bestuur van Den Bril er wel in om de problematiek rond de zaalkwestie weer op de politieke agenda te plaatsen en werd de deur op een kier gezet; de hoop groeide weer dat het project gerealiseerd zou worden.

Onder impuls van voorzitter Wilfried De Voeght werden de ideeën concreter en concreter; om dit alles mee realiseerbaar te maken, zorgde hij tevens voor een verjonging van de bestuursploeg die het hele project op zijn schouders zou kunnen nemen. Het verdere verloop van de historiek vindt u bij het verhaal van de ‘Spaanse Poort’.